dinsdag 10 december 2013

Thema lichaam en onze soepactie

Tijdens het thema lichaam hebben we al onze lichaamsdelen moeten gebruiken. Dus werd er met onze voeten en zelfs met onze neus geschilderd. We maakten mannetjes uit plasticine en probeerden ook met de noppers mannetjes te maken. We tekenden kindjes op papier en bij sommige kleuters waren dit al zeer complete figuurtjes. 






Op 21 november was het zover, onze soepdag. Nadat de 2,5- en de 3-jarigen briefjes in de bus hadden gestopt bij onze buren om reclame te maken voor onze soepdag, kwamen de mama's met de moedergroep en juf Vicky ons helpen om de soep te maken. Er werd lekkere groentesoep en overheerlijke pompoen-knolseldersoep gemaakt. Dan was het aan onze rode en blauwe kleuters om de soep te gaan uitdelen. Met onze soepbolderkar en soepbel trokken we de straat op. En de soep werd gesmaakt! Deze actie was zeker voor herhaling vatbaar. 





maandag 9 december 2013

Rupsje Nooitgenoeg

In de eerste week na de herfstvakantie heeft de juf de verteltassen geïntroduceerd in de klas. We leerden de verhalen en de spelletjes kennen zodat we al een beetje wisten wat we moesten doen als we de verteltassen mee naar huis mochten nemen. 

Eén van die verteltassen was die van "Rupsje Nooitgenoeg". Die vonden Arne, Kaiua en Ayman wel heel leuk. Vooral het navertellen van het verhaal. Het resultaat kan u hieronder volgen.

's Nachts lag er een eitje op een blad. En toen op een mooie zondagmorgen de zon stralend en warm opkwam, kroop uit het eitje een hongerige rups.
 Hij ging op weg om eten te zoeken.

Op maandag at hij zich dwars door een appel heen, maar genoeg had hij nog niet
 Op dinsdag at hij zich dwars door 2 peren heen, maar genoeg had hij nog altijd niet.
Op woensdag at hij zich dwars door 3 pruimen heen, maar genoeg had hij nog altijd niet.
 Op donderdag at hij zich dwars door 4 aardbeien heen, maar genoeg had hij nog altijd niet.
Op vrijdag at hij zich dwars door 5 sinaasappels heen, maar genoeg had hij nog altijd niet.

 Op zaterdag at hij zich dwars door een stuk chocoladetaart, een ijsje, een plak kaas, een lolly, een worstje en een stuk meloen heen. Op die avond had hij pijn in zijn buik.

De volgende dag was weer een zondag. Het rupsje at zich dwars door een groen blaadje heen. Het voelde zich nu al veel beter.

 Hij had nu geen honger meer, hij had echt genoeg. En hij was nu ook niet klein meer, hij was een grote, dikke rups geworden.
  En die grote rups bouwde een klein huisje voor zichzelf, dat kokon genoemd wordt. Daar bleef hij meer dan 2 weken in zitten. Toen knabbelde hij een gat in de kokon, krabbelde naar buiten en …

was een wonderschone vlinder!